Interview
met mijn mentor
V:
Ben je tevreden over de sfeer in je groep?
A: Ja, ik ben heel erg tevreden over de sfeer in mijn groep.
V: Waarop baseer je dit oordeel?
A: Ik zie dat de kinderen met plezier naar school gaan. Ik heb in andere
klassen gezien dat er kinderen soms buiten de groep vallen en dat is hier
absoluut niet, ondanks dat het twee groepen zijn. Allebei de groepen kunnen
leuk samen zijn, maar ook vijf is leuk samen en zes is leuk samen.
V: Hoe houd je de sfeer in stand?
A: Door heel erg veel met elkaar te praten. Maar ook door trefwoord, onze
methode.
Heel veel praten over wat er in de pauze gebeurd, wat is er gebeurd? Kan je dat
nog beter doen?
V: Welke kinderen kunnen op den duur een negatieve sfeer in de groep krijgen?
A: Dat zou leerling X kunnen zijn, maar als er wat gebeurd negeert de rest hem
gewoon.
V: Met welke kinderen heb jij een goede relatie?
A: Ik hoop met alle kinderen, want dat is eigenlijk wel mijn taak als
leerkracht.
V: Met welke kinderen laat de relatie te wensen over?
A: Eigenlijk met geen enkel kind.
V: Welke kinderen gaan plezierig met elkaar om?
A: Ze gaan allemaal plezierig met elkaar om. Er zijn kinderen die voorheen wel
buiten de groep vielen, maar die worden steeds meer in de groep opgenomen. Het
gaat gewoon heel gezellig met elkaar.
V: Welke kinderen hebben voortdurend of vaak problemen met elkaar?
A: Geen een…
V: Is er sprake van een duidelijke groepsvorming in de groep en zo ja, hoe is
de relatie tussen die groepen?
A: Er is misschien wel een groepsvorming, maar daar houden zij zich niet
allemaal aan vast. Zo voetballen de jongens vaak samen, maar dat houdt niet in
dat de meisjes niet mee mogen doen.
V: Welke kinderen zijn duidelijk eenlingen in de groep? Hoe proberen zij in de
groep te komen?
A: Leerling A is duidelijk een eenling en leerling B. Leerling C is niet echt
een eenling, maar die praat gewoon niet zo veel. Zo speelt hij erg vaak met
leerling A.
V: Met welke omgangsregels heeft de groep geen moeite?
A: Volgens mij hebben ze geen moeite met omgangsregels…
V: Nee hè? Want dat is ook de volgende vraag, met welke regels wel?
A: Ik heb heel erg het gevoel dat ze heel goed weten wat de regels zijn en dat
ze zich eraan moeten houden. En als dat een keer niet lukt, wordt er ook uitgelegd
waarom die regel er is en waarom die zo belangrijk is. Ik denk dat dat heel
belangrijk is voor kinderen, als ze maar weten waarom accepteren ze het.
V: Hoe is de groep als jij er niet bent?
A: Nou, dat weet jij! Dat weet ik niet hoe ze zijn als ik er niet ben. Het is
wel logisch als kinderen wat meer vrijheid voelen als de juf weg is, maar ik
kan wel rustig weg gaan.
V: Hoe gaat de groep met elkaar om in de pauze?
A: Jongens bij elkaar en meisjes bij elkaar. En in groep 5 zie je heel erg dat
ze met de andere groep 5 spelen. Daarom hebben de groepen 5 en groepen 6 ook
samen pauze.
V: Hoeveel tijd besteed jij ongeveer in één week aan sociaal-emotionele
activiteiten?
A: Geen idee… Zoveel als nodig is. Sowieso een kwartier tref per dag, maar elke
dag wel veel meer dan een kwartier. Je moet namelijk ook heel erg inspringen op
dingen die in de pauze gebeurd zijn, of iets wat kinderen thuis hebben
meegemaakt.
V: Hoeveel kinderen zitten er in de klas?
A: Negentien, elf in groep 6 en acht in
groep 5.
V: Hoe is het algemene ontwikkelingsniveau in de groep?
A: Redelijk. Groep 5 is prima en in
groep 6 zitten er wel veel verschillen tussen.
V: Hoeveel kinderen presteren beduidend boven dat niveau?
A: Vijf ongeveer.
V: Hoeveel kinderen presteren beduidend boven dat niveau?
A: Twee ongeveer. De rest van de klas scoort de ene wel hoog op het ene, maar
weer laag op het andere. Niet goed in te schatten dus.
V: Hoe is daarbij de verhouding tussen de prestaties bij lezen, spelling en
rekenen?
A: Rekenen doen beide groepen goed, spelling heeft groep 6 laatst niet zo goed
gedaan met de Cito en begrijpend lezen is gewoon heel moeilijk. Veel allochtone
kinderen hebben veel moeite met het begrijpend lezen. De score op de Cito was
niet eens zo heel slecht. Maar ik doe dan ook veel extra om dit niveau omhoog
te krijgen.
V: Zijn de kinderen in staat tot zelfstandig werken?
A: Ja. Het is wel grappig om te zien dat groep 5 veel zelfstandiger is dan
groep 6.
V: Ben jij in staat de zwakkere leerlingen tijdens het zelfstandig werken
adequaat te begeleiden?
A: Wij werken met de 1-Zorgroute, dat betekend één groepshandelingsplan per
les. Hier dus twee, omdat het twee groepen zijn. De kinderen zijn opgedeeld in
groepjes, de zwakkere rekengroepen zitten vooraan, omdat zij dan beter op
kunnen letten en je ook makkelijker naar ze toe kan lopen voor hulp (kinderen
zetten hun tafels in die groepen wanneer zij gaan rekenen). Eigenlijk werkt dit
heel goed, maar ik zou wel wat meer hulp van buitenaf willen. Sommige kinderen
zouden bijvoorbeeld wel wat extra hulp kunnen gebruiken. De remedial teacher
zit namelijk vol.
V: Zijn er al kinderen in de groep die erg snel zijn en erg goed presteren
opgevangen?
A: Ze werken al met de weektaak. Kinderen die daar te snel mee klaar zijn
probeer ik af te remmen, omdat ik dan vaak wel zie dat de kwaliteit niet hoog
genoeg is.
Kinderen die het niet af hebben krijgen dit mee naar huis.
V: Welke leerlingen in de groep hebben specifieke behoeften?
A: Leerling X op gedrag, Leerling Z ook. Leerling Z heeft altijd heel veel
extra aandacht nodig. Als je niet komt hebben ze allebei ook vaak overal pijn,
tandpijn, neuspijn dat soort dingen.
Leerling C op rekengebied en leerling A en leerling B op sociaal-emotioneel
gebied/
V: Op welke leerstof gebieden hebben die kinderen behoefte aan een specifieke
aanpak?
A: Voornamelijk leerling C op rekenen, maar leerling Y is vaak ver vooruit, die
heeft extra uitdaging nodig.
V: Is er bij sommige leerlingen een duidelijk verschil in klassenprestaties en
de scores op de screeningsonderzoeken?
A: Ja, dat is zeker zo. Dat is vaak bij rekenen. Dat is omdat de Cito heel
anders is dan onze methode. Wij proberen wel zoveel mogelijk extra informatie
aan te bieden, maar daar is helaas niet altijd tijd voor.
Groep 6 heeft bijvoorbeeld laatst op de Cito vragen gekregen over geld, met
tien centjes en vijf cent, maar dit hebben zij helemaal nog niet in de methode
behandeld (en onze klas loopt voor met de methode op de andere klas).
V: Zijn de zwakkere leerlingen nog gemakkelijk door jou te motiveren?
A: Ze zijn altijd te motiveren.
V: Hoe ervaren die leerlingen hun leerproblemen?
A: Ik heb het idee dat ze het niet zo door hebben. Ze werken wel in
instructiegroepen, basisgroepen en plusgroepen, maar ik probeer hier niet te
veel nadruk op te leggen. Ik zeg ze ook altijd: ‘De één is goed in het één, de
ander weer in wat anders’.
V: Heb je voldoende en adequate hulpmaterialen voor handen om deze kinderen
goed te kunnen helpen?
A: Ja, ik werk heel erg veel met maatwerk, voor rekenen. Hierin staan de
breuken, geldsommen, minsommen en meer. Net zoals estafette, die hebben ze er
pas bij gekregen voor lezen, kinderen leren toch veel nieuwe woorden.
V: Welke aanpak heb je voor leerlingen met gedrags/werkhoudingsproblemen?
A: Kinderen komen er vaak vanzelf achter dat wanneer zij niet goed werken, zij
hun weektaak mee naar huis krijgen. En dat werkt wel. Behalve bij leerling H.
Zij werkt in de klas heel langzaam, maar thuis dus ook. Maar ja, ze scoort wel
altijd hoog.
V: Ben je tevreden over die aanpak?
A: Ja, ik ben daar wel tevreden over.
V: Hoe ervaren de ouders van leerlingen met specifieke behoeften de problemen
van hun kind op school?
A: Meestal snappen zij dat heel goed. Ik heb op deze school nog nooit ouders
gehad die mij niet snapten. Zij nemen heel veel van mij aan als leerkracht.
V: Wie van die kinderen ervaar je als erg zwaar?
A: Leerling C vooral (hij is redelijk nieuw in de klas en heeft
rekenproblemen), omdat hij heel veel extra instructie nodig heeft. Hij krijgt
misschien niet genoeg hulp, hoewel ik dat wel altijd probeer. Ik kan namelijk
niet bij iedereen tegelijk zijn.
V: Is er voor die leerling een adequaat handelingsplan voor in de klas
aanwezig?
A: Nee, wij hebben een groepshandelingsplan, waarbij hij in de instructiegroep
zit. Zijn basis zit er niet goed in, die had al gelegd moeten zijn in groep 4,
wat dus niet gebeurd is. Ondanks dat hij niet van Nederlandse afkomst is, is
zijn taalvaardigheid wel erg hoog, alleen rekenen wil niet lukken.
V: Komt jouw lesgeven of lesplezier door die leerling onder druk te staan?
A: Nee.
V: Ervaar je het aantal leerlingen met specifieke behoeften in de klas als te
zwaar om adequaat les te geven?
A: Nee.
V: Vind je wel dat die kinderen op jouw school of in jouw klas thuis horen?
A: Ja.
V: Welke taal/rol heeft de IB-er hier op school?
A: De Ib-er werkt ondersteunend.
V: Voel je je als groepsleerkracht voldoende ondersteund?
A: Ja, dat wel. Alleen met leerling C zou ik wel extra hulp willen. Maar hij is
op het laatste moment in de klas gekomen, dus voor hem was geen ruimte meer bij
de remedial teacher.