woensdag 15 februari 2012

Toepassingskaart 6


Voor deze opdracht heb ik drie verschillende kinderen geobserveerd waarvan ik dacht dat zij niet zo taakgericht werkten. Het kind waar ik uiteindelijk mee aan de slag ben gegaan vertoonde in mijn observaties het minst taakgericht gedrag.

Het kind waar ik mee ben gaan werken noem ik even Leerling X. Leerling X is tien jaar oud. Leerling X is een jongetje dat zijn werk altijd netjes af heeft en hij haalt hoge cijfers. Zijn cito-scores zijn prima in orde. Ik was dan ook erg verrast dat hij geen taakgericht gedrag vertoonde.
Ik vermoed dat leerling X zijn werk erg makkelijk vindt en wat meer uitdaging nodig heeft. Ik heb namelijk in mijn observatie gezien (zie figuur 1 en 2) dat leerling X veel rondloopt in de klas (27% van de tijd). Dit kan erg storend zijn voor andere leerlingen.
Leerling X liep bij mijn eerste observatie voornamelijk door de klas om bijvoorbeeld zijn punt te slijpen en sprak hierbij vaak andere leerlingen aan. Ook liep hij rond om wat te vragen aan de juf, maar ook toen liep hij in mijn ogen langzaam rond en raakte hierbij veel spullen van medeleerlingen aan (denk aan etuis, pennen, boeken).
Ik heb geobserveerd tijdens een zelfstandig werken les van mijn mentor. Ik vermoed dat wanneer zij niet ingegrepen had enkele keren, hij nog minder taakgericht gedrag had vertoond.


Categorie
Percentage
T
38%
D
15%
CM
13%
CL
7%
O
27%






Ik heb Leerling X simpelweg aangesproken op wat ik gezien had. ‘Goh Leerling X, volgens mij lukt het niet zo goed om aan je werk te gaan. Heb ik dat goed gezien?’.
Leerling X begon meteen vrolijk tegen me te kletsen dat hij zich soms een beetje verveeld en dat hij dan even bij andere kinderen gaat kijken.
We hebben samen besproken dat dit voor hem misschien wel heel gezellig is, omdat zijn werk toch netjes af is en goed gemaakt is, maar dat andere kinderen het werk wel vaak moeilijk vinden en wel een beetje stilte kunnen gebruiken. Leerling X reageerde dat hij dit ook niet zo slim vond, maar dat hij altijd al zo snel zijn werk af had en zich dan toch wel verveelde.
We hebben samen afgesproken dat hij wanneer hij klaar is een boek naar keuze mag lezen (Leerling X leest erg graag). Ik hoop dat wanneer hij iets doet wat hij graag wilt, hij wat taakgerichter bezig kan zijn.

De regel in de klas is dat wanneer een kind klaar is met de dagtaak, zij aan hun weektaak of extra taak moeten beginnen. Als dit allemaal af is mag een kind lezen in zijn of haar gewone leesboek of een kleurplaat maken. Leerling X leest liever infoboekjes, welke hij dan ook van mij mag pakken nu.

Uit mijn tweede tijdsteekproef is gebleken dat Leerling X in vergelijking met de vorige tijdsteekproef taakgerichter aan het werk gaat.
Leerling X geeft zelf aan graag een boekje te willen lezen en werkt dus harder door.

Ik ben van mening dat onze samen bedachte aanpak geholpen heeft. We hebben af en toe kort contact gehad over zijn en mijn bevindingen. Leerling X was volgens mij erg enthousiast om beter zijn best te doen.


Categorie
Percentage
T
60%
D
16%
CM
13%
CL
4%
O
7%



Geen opmerkingen:

Een reactie posten