woensdag 15 februari 2012

Toepassingskaart 4



Observatie toevallige gesprekken
De toevallige gesprekken die ik geobserveerd heb, waren niet al te zwaar beladen, op één na.
Hierin werd geklaagd over een andere leerling. Mijn mentor ging even apart staan met moeder en praatte veel zachter dan normaal. Mijn mentor gaf aan hier wat aan te gaan doen en moeder op de hoogte te houden.
Hierna is mijn mentor hierover ook een gesprek aangegaan met de andere leerling.

Ik kan niet zeggen wat er precies gebeurd is, maar het was in mijn ogen best een nare situatie. Ik had misschien nog even met moeder gaan praten na schooltijd, in een leeg lokaal. De kinderen waren toch in de buurt (was op het schoolplein) en hebben misschien (niet waarschijnlijk) iets opgevangen.

Het tweede gesprek dat ik geobserveerd ging over een knutselwerkje georganiseerd door de ouders. De ouder gaf aan een beetje moeite te hebben met de benodigdheden te verzamelen. Mijn mentor kwam met ideeën voor winkels en ze kwam met andere alternatieven. Het gesprek heeft zeker een kwartier geduurd en liep over in een persoonlijk gesprek. Ik ben van mening dat dit gesprek heel leuk en productief verliep. De vraag van de ouder was beantwoord, maar niet snel. Mijn mentor nam echt de tijd voor deze ouder. Zelf zou ik misschien wat korter van stof geweest, maar ik weet niet of dit beter geweest zou zijn. Ik denk het niet.

Het laatste gesprek dat ik geobserveerd heb ging over het nieuwe lokaal. Een ouder kwam een praatje maken over dat het er zo leuk uitzag. Het gesprek liep weer over in een persoonlijk gesprek. Het gesprek heeft ongeveer vijf minuten geduurd. Mijn mentor is in mijn ogen persoonlijk erg betrokken bij de ouders, iets waar ik veel respect voor heb, je moet het maar onthouden allemaal. Het is voor mij ook wel een streven om met ouders niet een ‘juf-ouder’ gesprek te hebben, maar ook een soort vriendschappelijk gesprek te hebben. In deze gesprekken kwam veel interesse naar voren voor kind en familie, maar niet te veel (geen vragen als: ‘Goh, spreek jij je ex nog wel eens?’ maar meer vragen als: ‘Kan je jongste dochter al lopen? Ik zag het haar vorige week proberen, zo lief’.)

Observatie tien-minutengesprekken
Tijdens de tien-minutengesprekken heb ik drie ouders ontmoet. Deze ouders leken in mijn ogen erg op de kinderen. Hun manier van praten, stem, handgebaren en meer kwamen sterk overeen met hun kinderen. Ik vond dit erg leuk om mee te maken, in korte gesprekjes zie ik dit minder snel.

Tijdens één van de gesprekjes stond er een kind uit een andere groep voor de deur. Mijn mentor excuseerde zich, stond op en vroeg het kind te vertrekken. De aanwezige moeder gaf aan dat zij geen last had gehad van het kind. Mijn mentor vertelde dat het toch een privégesprek was en ook al werd er niets geks gezegd, dat zij vond dat dit toch gerespecteerd moest worden. De moeder ging hier in mee.
Mijn mening is dat mijn mentor goed is ingesprongen, deze moeder vond het misschien niet erg, maar een andere vader of moeder misschien wel. Misschien was het wel teruggekomen bij het kind, had ook niet leuk geweest.

Mijn mentor vertelde aan de hand van cito-uitslagen hoe het ging met het kind. Ook vertelde zij of dit overeenkwam met het beeld wat zij had van elk kind. Ouders zagen dit meestal ook. Ik vroeg dan ook of ouders en zij het wel eens oneens waren. Zij vertelde dat dit vrijwel nooit voorkwam.

Mijn mentor deed zeer haar best om het gesprek soepel te laten verlopen. Er werd niet alleen gesproken over het kind, maar bijvoorbeeld ook over broertjes en zusjes.
Mijn mentor probeerde zich in mijn ogen te verplaatsen in de ouders. Toen een vervelende thuissituatie werd aangehaald, werd hier kort op ingegaan, maar niet te diep.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten